Dichter: Troost, Janneke Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
Ik had één dochter en twaalf zonen,
we moesten samen in tenten wonen,
Jozef had een bijzonder plekje gekregen,
wat was ik blij met hem in mijn leven.
 
Al weet ik hoe het is om zo te leven,
mijn moeder heeft veel om mij gegeven,
maar Ezau dat was mijn vaders favoriet,
hiervan had ik eigenlijk veel verdriet.
 
Mijn elf zonen zagen jozef niet meer staan,
en wilden niet meer met hem omgaan,
verkocht zo kwamen ze van jozef af,
vertelden mij een leugen, was dit mijn straf!
 
Zelf was ik ook eens een leugenaar,
mijn vader zei: “Ezau ben je daar”?
Heb me toen als mijn broer voorgedaan,
en ben er met de zegen vandoor gegaan.
 
Al terugkijkend op mijn leven,
heb ik Jozef teveel aandacht gegeven,
dit is een grote fout van mij geweest,
en heb de haat bij mijn zonen gekweekt.