Dichter: Jacobsen, Thomas Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn


de Heere was op weg naar Galilea,
daarvoor had Hij Jerusalem verlaten;
Hij trok zo door het land, naar Samaria,
in Sichem werd Hij bij een put gelaten

door de discipelen, Hij was daar alleen;
zij waren weg gegaan om brood te kopen,
niemand was er, bij die Jacobsbron, met steen
gebouwd; maar zie, daar komt een vrouw aanlopen

om water op het middaguur te halen;
dat kon zij op de avond niet vertrouwen,
dan toch maar liever nu de zonnestralen
dan straks de minachting door and’re vrouwen

de Heere spreekt haar aan, en vraagt om water;
bits wijst zij ‘t af: aan mij moet U niets vragen,
als Jood, aan een Samaritaanse; later
blijkt het waarom: ’t ontwijken, alle dagen,

van vragen die haar levensweg betreffen,
waarin zij slavernij heeft aangenomen;
zij weet niet hoe zich daarvan te ontheffen,
noch heeft zij kracht om er aan te ontkomen

de Heere spreekt tot haar van levend water,
dat dorst wegneemt; en blijft, in eeuwigheid;
het komt bij haar niet over, dat komt nog, later,
hoe houdt ze Hem nu weg, van haar onvrijheid?

U hebt niets om te putten; de bron ligt diep;
U hebt levend water?, wil mij dat geven!;
bent U meer dan vader Jacob die hier liep
en zijn vee water gaf om van te leven ?

de Heere wil haar weerstand gaan voorkomen,
en doet blijken, alles van haar te weten;
dan wil zij graag zien, er aan te ontkomen
dat Hij haar openlijk de maat gaat meten

zij tracht Hem af te leiden, met vleierij,
en zegt: ik zie dat nu: Gij zijt een profeet,
ik vraag u, ons te willen zeggen, waar wij
de Heer aanbidden mogen, naar Gij wel weet:

hier in Sichem, op de Gerazim, waar wij
Hem vereren, of is het Jerusalem?;
de Heere zegt tot haar: hoor dan maar naar Mij:
het heil is uit de Joden, wij kennen Hem

maar de ure komt, en is nu gekomen,
dat God aanbeden wordt in geest en waarheid;
zij antwoordt, om ook daaraan te ontkomen:
als de Messias komt, dan is pas die tijd

dan komt Zijn antwoord, dat had zij niet gedacht:
de Heer aanbidden, dat kan hier en heden;
Ik ben de Messias, Die u hebt verwacht,
en Die vergeven wil wat wij misdeden

de Heere kijkt naar haar met mededogen;
zij ziet de Heer: voor haar is Hij gekomen,
Hij heeft haar niet veracht, voorts zien haar ogen:
Hij is de Heer, Hij heeft mij aangenomen!

de Heer heeft het toen voor haar echt nieuw gemaakt,
dat was in Sichem, waar Hij is gekomen;
het hart van velen is door Hem aangeraakt,
de weg naar ons toe, heeft Hij steeds genomen

onze Heer, Hij is de wereld doorgegaan;
’t was toen, en nu, het geldt voor alle tijden:
de Heer wil naast de Samaritaanse staan,
zo wil Hij ieder van ons ook bevrijden

Hij ging Zijn Eigen Weg, te Jerusalem,
Hij heeft daar voor ons aan alle recht voldaan;
lof zij God, zo zingen wij met hart en stem,
wij zullen, juichend, bij Hem in Sion staan

de Samaritaanse
bij Johannes 4