Dichter: Simonse, Annelies Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
‘k Ben groot geworden met Calvijn
De leer van de voorzienigheid
Dat regen, droogte, ziekte, pijn
Volgens het goddelijk beleid
Uit Vaders hand afkomstig zijn
Dat álles heeft een nut en zin
Maar dat geloof ik nu niet meer
“t Is al de wil van onze Heer”
Wat zit daar voor vertroostends in?
Moet ik God prijzen met mijn lied
Dat ik gezond ben en jij niet?

De wereld is een vreemd gebied
Daar tikt de klok en knaagt de tijd
Wij zien wel maar doorgronden niet
De leegte waar de mens aan lijdt
De mens zwoegt voor zijn kapitaal
Een dief gaat er mee aan de haal
De struis zo groot heeft geen verstand
Een dier vertrapt haar ei in ’t zand
De wind waait heen en dan weer terug
De zon gaat onder, snelt dan vlug
Naar waar zij straks weer op zal gaan
En wat er was wordt weer gedaan
En wat er is dat was er reeds
Wat er gebeurt herhaalt zich steeds

Wat blijft dan over aan het eind?
Ontzag voor God
Gehoorzaamheid
Heel de natuur geeft er van blijk:
Hij gaf aan alles plaats en tijd
De struis is van en in Zijn hand
Zo heeft Calvijn dan tóch gelijk
Het nut en doel is niet aan mij
De aarde is Zijn koninkrijk
Al is er oorlog aan de gang
Hij houdt de wereld in balans
En al wat Hij verlangt van mij
Is dat ik op Zijn ritme dans
En mij verheug, mijn leven lang,
Omdat Hij zegt: “Ik ben er bij.”

naar het boek Prediker,
Job 39: 13-15,
Heidelbergse Catechismus Zondag 10