Dichter: Kuijper, Jan Pieter Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Ik was bij de hemelpoort gekomen -
’t einde van mijn levenstocht.
Al mijn rijkdom had ik meegenomen,
‘k vroeg of ik naar binnen mocht.
Hij die aan de poort stond, zag mijn schatten:
dat mijn koffer heel wat goud bevatte.
Hij sprak met verbaasde stem:
“Stenen voor Jeruzalem?

Heb je op mijn woord geen acht geslagen:
Maak je vrienden met het geld,
wees getrouw in geven en in vragen,
ik heb jou tot heer gesteld.
Ga, gebruik je gaven, Godstalenten,
je wordt opgenomen in de tenten.
Ik vergeet je daden niet,
als de mammon je ontschiet.”
 
Deze woorden deden mij ontwaken,
uit mijn droom, een nachtgezicht.
Kom! Ik ga mij nu eerst vrienden maken,
als een nieuw kind van het licht. 
Heer, ik dank u dat ik weg mag geven,
niet de geldgod dienen in mijn leven.
Dank u voor het overschot.
Amen, prijs de Heer mijn God!

Naar Lucas 16:1-13

Wijs: Lied 221 “Wees gegroet, gij eersteling der dagen”