Dichter: Wesselius, Hans Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Bij het huis van de rijke man
lig ik in mijn armoe’.
mij iets geven is hij niet van plan;
ik doe er voor hem niet toe.


Bij mijn huis ligt een arme man;
ik weet nog net zijn naam.
Profiteren, dat is zijn plan.
Hij ligt steeds recht voor mijn raam.

------ ----- ----- ----- ----- -----
Na mijn sterven kom ik terecht
in Abrahams schoot.
Op aarde ben ik genoeg geknecht;
mijn leven start na mijn dood.


Ik schrik wakker en heb het heet;
ik besef: ik ben dood!
Op aarde kende ik geen leed,
maar nu ben ik in nood.

Aan de overkant zie ik Abraham
en kijk… Lazarus ligt in zijn schoot!
Als ik nu maar even bij hen kwam…
maar die kloof is zo groot!

Daarom vraag ik of Lazarus
mijn broers waarschuwen mag.
Het vuur hier raakt nooit uitgeblust;
als hij hen toch redding bracht?!

------ ----- ----- ----- ----- -----
Abraham echter antwoordt mij
dat dit simpel niet gaat.
Gods Woord immers hebben zij;
er is niets beters dat bestaat.

Ik erken dat ik gezondigd heb,
de straf is terecht.
Het evangelie is Waarheid, geen nep;
en zelfs het hellevuur is echt.

------ ----- ----- ----- ----- -----
Wanneer u dit leest en denkt:
“Hoe kom ik goed terecht?”,
besef dan goed wat God u schenkt
als u komt tot Hem “echt”.

Immers, bekering is een bewuste keus,
bidt dus gerust een gebed.
Is dit de dag dat ook uw leus
wordt: “Ik ben gered!”?

 

Bijpassende tekst: Lucas 18: 19-31