Dichter: Jacobsen, Thomas Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
de woestijn en het dorre land, zij zullen zich verblijden,
de steppe, ze zal juichen, welig bloeien, als een narcis,
de heerlijkheid van de Libanon is er aan alle zijden,
en zie hoe groot de schoonheid van de Karmel en van Saron is

zij zullen zien de heerlijkheid, de grote luister, van de Heer,
want Hij zal komen, Hij zal u verlossen; wees sterk, en vrees niet;
ogen van blinden worden geopend, en doven horen weer,
die lam was, die zal springen als een hert; en de stomme zingt een lied

in de woestijn, in de steppe, zullen wateren ontspringen,
het gloeiende zand wordt een waterplas rondom een fontein,
het dorstige land krijgt bronnen met water, die blijde zingen,
waar wilde dieren waren, daar zal gras met riet en biezen zijn

daar zal een gebaande weg zijn, de heilige weg geheten,
die zal alleen voor hen zijn, geen ander zal die weg betreden,
een leeuw, of een verscheurend dier, zal daar niet zijn, we weten,
maar verlosten wandelen er op, zij gaan met blijde schreden

de vrijgekochten des Heeren, zij zullen naar Sion weerkeren,
de stad Jerusalem, juichend zullen zij daar komen,
eeuwige blijdschap zal bij hen zijn: Hij, de Heer der Heeren,
Hij heeft alle verdriet door eeuwige vreugde weggenomen

bij Jesaja 35