daar in het paradijs, de Hof der Hoven
waren Adam en Eva, 't eerste mensenpaar
zij wandelden daar met de Heer Die zij loven
en zij waren voor Hem rentmeester aldaar

God sprak: vervul de aarde, onderwerp haar
heers over de vogels, de vissen, de dieren
word talrijk op de aarde en wees vruchtbaar,
leef naar Mijn regels om het leven te vieren

man en vrouw schiep Hij hen, Adam en Eva
Hij sprak: 't is niet goed dat de mens alleen zou zijn,
zij leefden in 't paradijs in gloria
man en vrouw, in Eden's hemelse zonneschijn

't is daar niet goed gegaan, maar God laat niet gaan
wat Hij schiep, het werk dat Zijn hand begonnen is:
er komt een Zoon Die de satan zal verslaan
Hij betaalt de schulden, en brengt behoudenis

Eva werd moeder van alle levenden
in die beloofde lijn werd de Heer geboren
in Bethlehem's stad, een van Juda's steden
eng'len lieten er het "ere zij God" horen

Hij ging voor ons door Jerusalem's straten
Hij, het Lam van God, naar de berg van Moria
Hij wist zich daar van God en mens verlaten
maar door Zijn offer daar bracht Hij ons gloria

wij zien uit naar de grote Dag der Dagen
dat de Heere weerkomt met blij bazuingeschal:
witte paarden die eng'len en Hem dragen
en Hij ons naar Eden's Hof terugbrengen zal

bij : Genesis 1 tot en met 3
-

Reacties mogelijk gemaakt door CComment