Dichter: Beijersbergen-Groot, Diny Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
De mensen zijn al weggelopen,
'er was zoveel te doen nog thuis.'
De staldeur stond nog altijd open,
de ingang was een open huis.

Tussen de bedrijven hoor je engelen zingen.
Het licht ergerde zich groen en geel.
En tussen al die alledaagse dingen
vergat met 't kind, bron van 't geheel.

De stal was leeg, de oude os
staarde nog wazig naar het kind.
'De mensen laten nu je zwakheid los,
alleen je entourage wordt bemind.'

De ouders wikkelden het kind in doeken.
De vijand is nog steeds te duchten.
Met Gods hulp zullen we vrede zoeken,
en naar het buurland moeten vluchten.

Een enkeling ziet zwak het licht
dat herdersvelden groots bescheen.
Straks gaat de staldeur ook nog dicht,
waar moeten we als mens dan heen?

Of zien wij 't kind dan opgegroeid,
als middelaar, het kernpunt in 't heelal.
Immanuel die zich met ons bemoeit,
een weg vanuit de stille stal?