Dichter: Winter, Hans Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
dag nacht

nam deze nacht
de gedaante van je
wacht maar niet af. was je
stil, gedempt en gedimd, omwille
van een klinkklaar licht verhaal. neem je
dan je kaarsje voor. een ranke kleine waarlijk
reine kan volstaan. ontsteek je schemer, warm
je handen wiegenwanden. zie. zachtjes zal ‘t
gaan zingen in je aangezicht. bekoorlijk
verhoord. dat mag je ontvangen
beginnen, middenin deze
nadernacht.

-

overkomen

kinderkomst
vieren we hier
met een kaarsje
voor telkens elk van je
vergaarde jaren. rondom
die stille bekoring om ontstoken
je dit ben ik te ontwaren. nu je net
komt kijken, nog geen rondgang rijk,
geldt je sterretje als blijk van blijdschap.
die blijft zelfs even zie je zalig stralend
boven je staan. ach laten we trachten,
wat kan ons gebeuren, hoe zal ‘t ons
ingelicht kleuren, om ‘t ontvankelijk
niet te snappen. wacht maar over
een poosje mag je bewogen
vele vlammetjes blazen.
dan zal je ons vast
met je komst
ongelooflijk
verbazen.

-

het moge je
overkomen, fijn
feestelijk te wezen
met ‘t aangewakkerd
hartverwarmend
vlammetje,
hans

-

kerst
wenkt attent
en brengt ons alert
met een kaars als kenteken
voor ons onderweg wezen,
hier en daar als spiegel
van de ziel te zien,
om halverwege
vast bewogen
te komen
tot die
kleine


*
(tekst kerstkaart)