Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Voorzetsel wel of niet aan werkwoord vast
Als een voorzetsel onderdeel is van een werkwoord, mag het niet aan er of een ander voorzetsel vast worden geschreven; wel aan de rest van het werkwoord als dat er direct achter staat. Bijvoorbeeld:
· erbij optellen: Ik tel de reiskosten erbij op. (op hoort bij het werkwoord optellen en blijft los staan van erbij; het is optellen bij iets, bijvoorbeeld bij het totaalbedrag optellen)
· ervan uitgaan: Ik ga ervan uit dat je zelf handdoeken meeneemt. (uit hoort bij het werkwoord uitgaan en blijft los staan van ervan; het is uitgaan van iets, uitgaan van een gedachte)