Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Onlangs heeft de redactie op het Taalunieversum een taalvraag gesteld. Hieronder vindt u het antwoord.

VRAAG
 is het volgende goed:
 "de gelovigerd".
 Wanneer wordt in het Nederlands buiten de bekende woorden, de uitgang erd gebruikt?


 ANTWOORD
De uitgang '-erd' kan achter bijvoeglijke naamwoorden worden gezet. Het woord duidt op iemand die de eigenschap van het bijvoeglijk naamwoord bezit: 'dik - dikkerd', 'mal - mallerd', 'sluw - sluwerd', 'geniepig - geniepigerd'. Meestal gaat het om slechte eigenschappen en negatieve benamingen. Dat maakt 'gelovigerd' waarschijnlijk wat vreemd.


TOELICHTING
Het achtervoegsel '-erd' kan ook gebruikt worden om van werkwoorden persoonsnamen te vormen met de betekenis 'iemand die de door het grondwoord genoemde handeling voortdurend of intensief verricht: blokkerd, blufferd, gaperd, geeuwerd, grommerd, jankerd, knijperd, knoeierd, krimperd, lijmerd, pisserd, schreeuwerd, schrobberd, schrokkerd, smakkerd, veinzerd, zanikerd'. Ook in deze woorden klinkt iets negatiefs door en bovendien gaat het om actieve handelingen die 'voortdurend en intensief' verricht worden. Daar passen 'geloven' en dus 'geloverd' niet goed bij.