Dichter: Kuyl, J. Jr. Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
 
Mei, o maand van bloed en tranen!
Tien Mei, rouwdag van verraad!
Veertien Mei, verslagen vanen,
Dag van wanhoop, smart en smaad!
Maand van ongekende schande,
Vol van dreiging en van druk;
Wie vermoedde in den lande,
Gansch de maat van 't ongeluk?

Meimaand was, opnieuw verschenen,
Vol van wrang' herinnering,
Van herdenken en beweenen
Van wat roemvol onderging.
's Vijands banden gingen wringen,
Toen zijn list niet had gebaat;
Hollands volk liet zich niet dwingen
Door bedrog en laag verraad!

Vijfmaal was het Mei geworden,
Sinds de vuile oorlogsvaan
Der gehate Hitlerhorden,
Tarten over ons kwam staan.
Vijfmaal bracht de winterkoude
Ons in al maar grooter nood;
Water, vijand, vuur benauwde,
Holland vocht om 't daaglijksch brood.

Maar we wisten, sinds de donder
Van de westwall stierf en zweeg,
Dat gekomen was het wonder:
Duitschlands zon ter kimme neeg.
Vijfmaal moest de Meimaand komen,
Eer ons land herrijzen zou;
Voor verscheen op land en stroomen,
Ons geliefde rood, wit, blauw.

Meimaand, maand van licht en leven;
Vijf Mei, dag van dankbaarheid:
Hitler had het opgegeven;
Heel ons Holland was bevrijd!
Uit de held're voorjaarsluchten
Daalde kost'lijk voedsel neer,
En geen Mof was meer te duchten:
't Stervend land herleefde weer.
Meimaand, vol van Gods genade,
Vijf Mei, dag van blij geklank!
God sloeg ons in liefde gade;
Dies brengt Hem ons loflied dank!

Uit: Frontgedichten - J. Kuyl Jr.