Dichter: Kuyl, J. Jr. Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
 
We waren vol goede wil begonnen:
We wilden zoo graag Uw profeten zijn:
Veel spraken we; maar wat werd gewonnen
Met onze woorden, krachtloos, onrein?

Nu staan we spraakloos, met leege handen:
Het schamel overschot is: schuld!
Maar Gij hebt, in der tijden nooden,
Al Uw beloften trouw vervuld.

We spraken, we dachten, we bouwden de plannen;
We zouden van liefde in gloed willens taan;
We raakte, fantasten totaal overspannen.
Wat hebben we nu, door liefde, gedaan?

Schijn-priesters, sloegen w'elkander wonden;
Egoïsten, gunden w'elkander de nacht;
Gij riept, verbloedend om onze zonden
Ook van dit jaar: "Het is volbracht!".

En als vannacht sirenes gillen,
Het vuurwerk knalt een afscheidslied,
Dan zal door onze harten trillen
De weemoed, om wat ras ontvliedt.

Gij jaagt om aan het eind te komen;
Uw spoed verdraagt ons stilstaan niet;
Maar als G'ons tot U hebt genomen,
Spreekt Gij voor 't laatst: "het is geschied!

"Dit is onze troost, als het jaar ligt te sterven;
Wij maakten van 't leven een caricatuur,
Gij haast U om snellijk den dood te verderven,
Vernieuwend de kracht ons van uur tot uur.

Elk uur, dat heengaat, breekt af van ons leven;
Elk uur, dat komt, brengt ons nader tot U:
Wij vliegen daarheen; tot Gij ons zult geven
't Volmaakte, volzalige, eindlooze Nu.

Uit: Frontgedichten -J. Kuyl Jr.