Dichter: Kuyl, J. Jr. Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
 
Ik trad aan 't front een woonsteê binnen,
Waar 't Herrenvolk in had gehuisd;
Ik moest mijn weerzin overwinnen:
Want zeker was ze niet ontluisd!

Als uitgestoken oogen staarden
De vensters vol verdriet mij aan,
Alsof ze vroegen: "Wie op aarde
"Heeft al dit kwaad ons aangedaan?"

"Waar zijn wie eens hier zwoegden, slaafden.
"En waarom zijn ze bruut verjaagd?
"De kind'ren die hier speelden, draafden,
"Wie heeft hun levenslust belaagd?

"Wie heeft in dolle drift verbroken
"Wat arbeidslust had opgebouwd?
"Blijft straffeloos en ongewroken
"Wat werd gestolen en "geklauwd"?"

Zoo pijnt mij 't woordelooze klagen.
En ik, wat heb ik zelf gedaan?
Dit denken is haast niet te dragen:
Ik moest het macht'loos gadeslaan!

Kapotgeslagen ramen, deuren,
't Kadaver van een hond in bed,
Ene stank van walgelijke geuren,
De kasten op hun kop gezet!

Een chaos van papier en scherven,
De vloeren, zolders doorgetrapt;
Hier kan de dolste niets bederven,
Hier wordt door niemand meer gegapt!

Het orgel ligt kapot geslagen;
De kachel in elkaar gedrukt;
En in dolzinnig welbehagen
Is 't linnengoed uiteengerukt.

De muren van de keuken druipen
Van kippenvuil en koeienmest;
De maden en de wormen kruipen
In een bedorven etensrest.

Op zolder bedden, kleeren, boeken
Door modderlaarzen weggeschopt;
En niemand heeft hier meer te zoeken
Wat eens zorgvuldig werd verstopt.

De wind huilt door de open ramen;
Vuil water drupt door 't pannen dak;
Psalmboek en Bijbel liggen samen
Geschonden in de kolenbak.

Hier heeft een "nieuwe" generatie,
Door "intuïtie" voorgelicht,
Tot "glorie" der Germanennatie,
Een centrum van"Kultur" gesticht!

Hier kwam een troep de Nazischaren,
In hoogmoeds eigenwaan volleerd,
't Nieuw evangelie openbaren;
Hier heeft hun Pfarrer geregeerd!

Ze vierden hun midwinterfeesten:
Weihnacht met dronkemans gehuil!
Ze lagen, minder nog dan beesten,
Te went'len in hun eigen vuil.

De wereld wilden ze regeeren,
Zij, 't jonge, zuivere geslacht!
Maar 't heilgehuil van deze "heeren"
Raakt uit, zooals hun slavenjacht.

De wraak is daar! Recht wordt gesproken!
Het dwaze Siet! Heil! is verstomd.
De vrijheidsdag is aangebroken;
En geen misdadiger ontkomt:

Bij deze laffe decadentie,
Voor deze millioenenmoord,
Past geen genade, geen clementie;
Alleen het rechtdoend geeselkoord!

Ik keerde weer door die landouwen,
Waar alle leven was verstomd;
Ik wist met vol en vast vertrouwen:
De dag der groote wrake komt!

Uit: Frontgedichten - J. Kuyl Jr.