Dichter: Kuyl, J. Jr. Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
Gij hebt, profeet van Nazareth, Uw woord gesproken,
Dat ongetwijfeld zijn vervulling vinden zal;
Geen demon heeft nog ooit Uw koningswil gebroken;
Uw heerschappij staat vast, wàt wankele of vall';
Uw priesterliefde heeft het Godd'lijk recht gewroken,
Toen 's Vaders werk volbracht werd buiten Jebus' wal.

"Wanneer gij ziet den gruwel der verwoesting naad'ren,
"Wordt niet verschrikt! Ik immers heb het U voorzegd!
"Als ondergang bedreigt het erfland van U vaad'ren,
"Mijn eigen tempels zijn in asch en puin gelegd,
"Vreest niet, Ik laat niet af Mijn kind'ren te vergaad'ren;
"Ik wankel niet en heb reeds lang de strijd beslecht".

Gij hebt alleen den lijdenswijnpersbak getreden;
Gij zijt den weg der bangste ballingschap gegaan;
Toen schriftgeleerden vloekten, hebt Gij nog gebeden,
Toen onrecht overwon, hebt Gij nog recht gedaan;
Gij hebt, verlaten, toch des Vaders naam beleden;
Gij hebt de hoogste nood, de diepste smart doorstaan.

En als de duivel kans zag, joeg hij al Gods kind'ren
De heuvel van de eeuwige verachting op;
Dan komt Uw Geest met kracht het bange hart doorzind'ren,
En zet het werk van afbraak en verstoring stop;
Wat Gij heb lijden laat, niets kan hun hiel verhind'ren:
Na 't nacht'lijk donker gaat Uw zon te schooner op!

Uit: Frontgedichten - J. Kuyl Jr.