Dichter: Jacobsen, Thomas Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
daar, in het westen, ligt een kleine stad,
de naam is Thebe, en het ligt aan zee,
een stad die grote voorspoed heeft gehad,
een kleine stad, maar ze had alles mee:
ze werd begunstigd door de Vorst van ’t land,
en zijn regels brachten allen voordeel;
’t bestuur der stad had plaats met sterke hand,
en eigenlijk was Thebe een juweel

dat had de vijand van de Vorst gezien,
en hij wilde die stad veroveren:
zal mij dat, en hoe, gaan lukken? misschien
kan ‘k ze verleiden en betoveren;
zo ging Thebe toen als stad verloren,
zo heeft de vijand die stad genomen,
en die is aan hem gaan toebehoren;
’t is aan de Vorst ter ore gekomen

Hij heeft Zijn legers bijeengeroepen:
Hij is naar Thebe ten strijde gegaan
Hij ging Zelf aan het hoofd der troepen
en Zijn leger droeg trots des Konings vaan;
Hij, de Vorst, heeft de stad ingenomen,
de vijand heeft daar zijn macht verloren,
’t stadsbestuur moest bij de Vorst gaan komen
en zich verantwoorden naar behoren:

gij hebt uw eed aan Mij niet gehouden,
maar de stad aan de vijand gegeven
in plaats van die voor Mij te behouden;
ge staat vóór Mij, Heer van dood en leven:
wat verwacht ge nu, hoe het verder gaat
en welk vonnis komt over uw leven?
het stadsbestuur ziet en erkent hun kwaad:
wat kan ’t anders dan de dood doen geven

hebt ge daar nog iets tegen te zeggen?
nee Heere, dat vonnis is rechtvaardig;
hebt ge de wapens willen neerleggen?
nee, de vijand maakte ons strijdvaardig
om ons tegen U te gaan verzetten;
wij zien dat nu, hoe ’t kwam en is geweest:
Gij maakt met die vijand korte metten,
zo ligt ’t voor ons en ieder die dit leest

toen nam de Vorst een document ter hand
en zei tot hen die daar stonden te beven:
de Vader geeft Mij volmacht in dit land
om, wie inkeert, zonden te vergeven,
krachtens die volmacht doe Ik dat heden:
Thebe, zo heb Ik u van schuld bevrijd,
ook voor u heb Ik de pers getreden:
Ik ga voor uw behoud in eeuwigheid

bij Genesis 4 : 7; Psalm 69 : 6, en 103 : 8 – 14;
Mattheüs 9 : 6; Markus 2: 10; Lukas 5 : 24