Dichter: Verwaal, Jelly Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
Wat werd de wereld weer een Hof van Eden
als ieder mens Gods volgeling zou zijn!
Als ieder mens kon wandelen in vrede
en er een pad liep door de zandwoestijn.

Als ieder, jong en oud, weer eens kon géven
en allereerst zijn naaste líefde gaf....
En als er nérgens misdaad werd bedreven....
dan liep 't zo slecht niet met de wereld af !

Maar ach, de Hof van Eden is verleden.
De wereld jaagt haar einde tegemoet.
Gods wetten worden daag'lijks overtreden.
Het egoïsme wordt volop gevoed.

De aarde is tot vuilnisbelt verworden,
waar 't schadelijkste afval op verdwijnt.
En hóe men oproept tot een beet're orde,
't weerklinkt als roepende in de woestijn.

De olie, die gedumpt wordt op het water
en zichtbaar is op een verlaten strand,
waar duizenden verminkte vogels later
te zien zijn als besmeurde "oogst" in 't zand.

                 **************
Beloofde God dáárom de nieuwe aarde,
omdat Hij wist van die verdorvenheid;
omdat Hij kende de verloren waarde
van 't geen Hij voor zijn scheps'len had bereid?

Goddank! Wij mogen uitzien naar die aarde,
waar vrede en vreugde wand'len hand in hand.
Wie Hem, Gods Zoon, als Middelaar aanvaardde,
die wacht ook eenmaal dit Beloofde Land !

En.... wie Gods Zoon als Middelaar aanvaardde,
behartigt trouw de werken van Gods hand !