Dichter: Weger, Deborah de Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
God zag dat de duisternis heerste,
Toen zei God als eerste;

Er moet licht komen,
Wie had daarvan kunnen dromen.

Hij scheidde het licht van de duisternis,
Zo vertelt de bijbelse geschiedenis.

Het werd nacht en weer dag,
De tweede scheppingsdag.

Toen werd de hemel gemaakt,
Gods werk was voor deze dag volmaakt.

Het werd nacht en weer dag,
De derde scheppingsdag.

Het verschil tussen land en zee wordt duidelijk,
Zelfs de planten! Uw werk is zo Goddelijk!

Het werd nacht en weer dag,
De vierde scheppingsdag.

U heeft de zon, maan en sterren in de hemel geplant,
Dat is het werk van Uw hand!

Het werd nacht en weer dag,
De vijfde scheppingsdag!

De vissen en de vogels zijn ook door Uw hand geschapen,
Zo konden ze lekker gaan slapen.

Het werd nacht en weer dag,
De zesde scheppingsdag!

Er moesten levende wezens op de aarde rondkruipen,
Dus kwamen er landdieren om het water op te zuigen.

God maakte een man uit klei,
En later de vrouw er nog bij.

Het werd nacht en weer dag,
De zevende dag

God rustte uit van al zijn werk,
Dit is het begin van het aardse tijdperk!!!