Dichter: Kimpe, Marleen de Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

 

De koninklijke Iris
gaat op reis naar het paradijs
in paarse feestkledij trekken
andere wijze maagden met haar mee
met de lampen brandend.

Onderweg ontmoeten ze
de blauwe regen en er is
geen kruid tegen gewassen
tegen die twee zelfs
geen vergeet-mij-niet
spoorslags gaan ze
eensgezind op hun doel af
als zondagskinderen hemelhoog
speurend naar de volmaaktheid
in een onvolmaakte tijd.

Beneden langs de weg
woekeren de verloren zaadjes
hongerige bekjes pikken ze op
ernaast zoekt het onkruid vrijelijk
of het nog een plekje vindt
op het stekje waar eertijds
de witte hyacint stond - er gebeurt wat
in een benevelende ochtendstond.


You have no rights to post comments

Reacties  

# Hans Winter 01-05-2020 02:24
en hier
gewoon
op zes hoog
lied voor de nacht
zag ik in geschiede
wacht zie hen lopen
als bomen open komen,
van beneden naar boven
knappe knoppen kop op top
hun weidsheid spreiden gelijk
de vast gevleugelde vreugde
der beteugeld verheugende
genoten vrijgeleiden mag.
waak en wek er niet voor
de vroegte daar roept,
neem reeds waar
hoe vogelaars
haar kroon
betonen.

hans
# Marleen de Kimpe 01-05-2020 11:14
Jouw gedicht is mooier dan mijn gedicht, van zes hoog bezien, heb je een ander zicht.