Dichter: Walraven, Angela Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn


Bomen lijken in brand te staan,
vlammend geel en rood.
Bladeren die verdorren gaan,
al zijn ze nog groen,
ritselen op elke zucht en zoen
van wind en vogel.

Na een tijd draagt blad
van elke loofboom en struik
- nog aan takken of neergevallen -
allerlei kleur, ruik de geur van herfst.

Kastanjes en beukennootjes knallen
uit hun bolsters, eikels raken uit hun dop.
Eekhoorns rennen met walnoten
in hun poten stammen af en op,
vogels pikken bessen.
De natuur, voorraadschuur,
biedt weer volop levenslessen.

De pruimentijd voorbij
is het de beurt aan appel- en perenpluk.
Pompoenen staan decoratief
of komen in een soep of ander gerecht.
Dankdiensten voor gewas en arbeid,
want genoeg te eten hebben is geluk!
Delen van de opbrengst
is eerder noodzaak dan lief.

Paddenstoelen hebben hun functie
in het kringloopsysteem,
je ziet ze op heel wat plekken staan.
Dat wordt nog veel mooier
als je er enkele kent bij naam.

Zo hebben ook wij een plaats
in de schepping, welke dat ook is.
God kent onze naam, gewis!

2013 {jcomments on}