Dichter: Westerhof, Jan Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn


Ik zie de tranen
in jouw ogen
Ik weet van je gebroken hart
je stil verdriet.

Ik weet de vragen
’t onvermogen
en antwoorden
die heb je niet.

Ik weet
’t verlies dat jij moet dragen
de last
die op jouw schouders ligt.

Ik ken ten diepste
al je lijden
niets blijft verborgen
voor Mijn Zicht.

Ik heb ook Zelf
veel pijn ervaren
Ik ben vernederd
en geslagen
zo’n zware weg
die moest Ik gaan.

Het ruwe kruis
dat moest Ik dragen
intense dorst
een wrede dood.
.
Ik ben gedaald
naar donkere diepten
omringd door
duisternis
en nood.

Ik voelde Mij
volstrekt verlaten en alleen
Ik moest dit leed
persoonlijk dragen
er was geen hulp
toch moest Ik
door dit alles heen.

De dood,
die mocht niet blijven heersen!
Die is door Mij
teniet gedaan:
als Eerste
ben Ik opgestaan!

Laat Mij jouw geest,
jouw hart verlichten
met hoop en uitzicht
naar de Tijd
dat Ik terugkeer naar de aarde
blijf Mij verwachten
wees bereid!

Wie in het geloof
nu moeten rusten
in ’t aardse stof
die maak Ik vrij.
Ik zal hen roepen
om te leven
voor eeuwig zijn zij
dan bij Mij.

Ik breng hen samen
met wie treuren
al wie in Mij behouden zijn.
De dood
die zal er niet meer wezen
voorbij is rouw, verdriet en pijn.

(Openbaringen 21: 3-7)