Dichter: Wesselius, Hans Er staat copyright op dit gedicht. U mag dit gedicht alleen verspreiden als u de auteursnaam vermeldt. U mag naast de auteursnaam ook de bron vermelden: www.gedichtensite.nl
Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn
Met zeven man in Galilea
verwachtingsvol uitziend naar Hem;
maar apathie dreigt hen te grijpen,
dus volgen zij nu Petrus’ stem.
Zij pakken - net als ooit - hun netten;
ze vissen samen heel de nacht.
Toch doet geen visser ooit hen dit na:
geen visje wordt binnengebracht.

Als zij teleurgesteld teruggaan,
klinkt plots vanaf het strand een stem,
die vraagt: ‘Och, geef Mij iets te eten’.
Hun ‘nee’ klinkt bot, door woed’ omklemd.
Maar van het strand roept Hij dan tot hen:
‘Gooi ‘t nu eens over ‘n and’re boeg.
Als jullie ècht achter Mij aan gaan,
geeft God je waar je Hem om vroeg.’

‘Ik wil zo graag met jullie delen
Mijn brood, Mijn wijn, Mijn vissersnet.
Kom maar bij Mij; ontvang de maaltijd.
Geniet ervan en volg de wet
wel nauwgezet, maar voel je ook vrij
wanneer je denkt: zo’n wet beklemt.
Je trekt de visjes aan met velen.
En twijfel je? Hoor dan: Mijn stem!



Naar Joh.21:1-4,
Mel.: Heb dank, o God van alle leven – J.G. Bastiaans,
(gezang 330 Liedboek der kerken)