Een weidse blik
een droeve snik
wolken die de werkelijkheid verhullen
een leegte die niet is te vullen.

Een traan die langs de wangen glijdt
poeder voor een ander doel verdrijft
een toekomst eng begrenst
terwijl zij zich niets meer wenst.

De leegte die steeds leger wordt
een bloem die nu verdort
verwelkt als een roos
verdriet maakt haar zo broos.

Blad na blad glijd van haar af
zij was het die zich aan hem gaf
vol passie en vol vuur
maar de liefde was van korte duur.

Als een getij van eb en vloed
het vertrouwen waar voor zij boet
dat werd beschaamt
door dat wat hij beraamt.

Haar hart doet zeer
wat had die ander meer
zij hielden van het leven
zij gaf hem wat een vrouw kan geven.

Omdat zij hem aanbad
gaf zij hem alles wat zij had
dan was alles snel voorbij
had zij hem niet meer aan haar zij.
 


Dolf de Jong
27 augustus 2005