De Meester liep de werkplaats in
en zocht naar materiaal,
Hij als bekwame Timmerman
gebruikte dat allemaal.

Hij wilde een mooie tafel maken
bijzonder, elegant én sterk,
dus zocht Hij het gereedschap
en wilde aan het werk!

Maar het gereedschap was onbruikbaar,
de zaag was stomp en bot
en zelfs de beitel en de hamer
waren oud, verroest, kapot!

Het schuurpapier was slap en dun
en de schroeven deugden niet,
de Timmerman zag dit alles aan
en het deed Hem veel verdriet!

Maar Hij zou geen goede Timmerman zijn
als Hij hier niets mee kon,
Zijn vaardigheid kwam goed van pas
dat bleek toen Hij begon!

Alles werd weer zo goed als nieuw
toen Hij het gereedschap nam,
met zorg vernieuwde Hij elk stuk
zodat er iets moois uit kwam!

Elk onderdeel kon Hij gebruiken
en Zijn werkstuk werd volmaakt,
het werd een pronkstuk van de Meester
door Zijn handen aangeraakt!

Zo zijn wij Gods gereedschap
en de Timmerman doet Zijn werk,
als wij ons maar gewillig geven
worden wij als Zijn pronkstuk sterk!